Het Leven is het DNA.

Wetenschappers geloven dat DNA het leven aan planten, dieren en mensen, moleculen en cellen geeft. Maar ze zeggen ook dat alle materie dood is. Dus volgens de wetenschap is DNA een dood molecuul, want het is een stukje materie. Alles wat wij om ons heen zien bestaat uit materie, moleculen en atomen en zou dus dood moeten zijn. Maar iedereen kan zien en voelen dat de natuur leeft. Meerjarige planten groeien en bloeien elk jaar weer. Zonnebloemen keren hun bloem naar het licht en de vleesetende plant zonnedauw kan zelfs tellen. Bomen groeien weliswaar langzamer, maar geven jaar in jaar uit hun vruchten en kunnen zich eveneens naar het licht richten. Dierlijke en menselijke lichamen bestaan uit dode moleculen die wij kennen als vlees en botten. Maar er zit wel gevoel in, want we ervaren pijn als we een been breken of in onze hand snijden. Dat gevoel, het leven, is na de lichamelijke dood uit het stoffelijk overschot verdwenen. Ook dieren kunnen pijn lijden en er komen steeds meer onderzoekers die stellen dat planten met elkaar zouden communiceren en reageren op de omstandigheden. Kortom, overal is leven, alle cellen van alle organismen leven ook al zijn ze van zogenaamde dode materie gemaakt. De conclusie moet zijn dat DNA niet het leven aan een plant, een dier of een mens kàn geven, of zijn.

DNA molecuul

Het Leven zelf is het DNA

Dat het leven het DNA is, blijkt uit de werken van Jakob Lorber. Het leven in een mineraal, bacterie, plant, boom, insect, dier of mens is een geestelijk leven. Dit leven in het zaad laat de plant groeien. Het trekt vanuit zijn omhulsel, nadat het zaad in de aarde is gelegd en kiemt, delen uit de aarde, de lucht, het water, het zonlicht, de sterren naar zich toe en bouwt zich een plant, een struik, een boom. Evenzo een dier of een mens. Het geestelijke leven in de bevruchte eicel neemt de geestelijke krachten uit de vele verschillende materiële vormen op die het nodig heeft voor zijn eigen uiterlijke vorm, de verschijningsvorm van het dier of de mens.

Het leven in het zaad is een met liefde, licht en wilskracht gevulde gedachte. Het geestelijke leven van het zaad is de intelligentie en wil, de werking die alles bestuurt. Het herkent precies de met hem overeenkomende deeltjes in de aarde, in het water, in de lucht, in het licht en in de warmte uit de zon. Trekt die naar zich toe en schept daarmee volgens zijn ordening datgene wat met zijn wezen overeenkomt. Zo groeit een plant uit de aardbodem op met steeds dezelfde kenmerkende eigenschappen. De uiterlijke vorm van de plant is door het geestelijke, ongeziene leven in het zaad voortgebracht. Deze geest is het werkelijke Leven uit God de Vader in Jezus Christus dat zich in de nieuwe zaadkorrels scheppend kan verveelvoudigen en zo zijn ‘ik’ oneindig verveelvoudigt.

Dit is als het ware een materieel beeld van de eeuwige oneindigheid van God de Vader Zelf, Hij is het Leven en geeft Zijn oneindige Leven aan al wat bestaat. Hoe zou een dood molecuul zoals DNA dit kunnen doen? Daarom is Gods Leven het ‘DNA’ in elke levende cel.